U maakt zich zorgen over uw geheugen. Wat kunt u doen en wat is een geheugenpoli?
Voor een bezoek aan de geheugenpoli heeft u een doorverwijzing van uw huisarts nodig. Vraag uw huisarts hier naar!
Website/s en infoWat is dementie?
Dementie is het achteruit gaan van het geestelijk functioneren. Veel mensen denken dat dementie een bepaalde ziekte is. Dat is echter niet het geval. Er zijn verschillende oorzaken en ziekten die tot de verschijnselen van dementie kunnen leiden. Het is daarom van groot belang dat de patiënt in een zo vroeg mogelijk stadium door de arts wordt onderzocht. Meestal is het eerste verschijnsel van de ziekte vergeetachtigheid, vooral het vergeten van dingen die kort tevoren zijn gebeurd of gezegd. Herinneringen van vroeger blijven juist langere tijd bewaard, zij het niet meer zo gedetailleerd.
- De ziekte van Alzheimer
- Vasculaire dementie
- Lewy Body-dementie
- Parkinson dementie
- Overige vormen van dementie
De meest voorkomende vorm van dementie is de ziekte van Alzheimer. 60-70% van de dementerende mensen heeft de ziekte van Alzheimer. Deze ziekte is een aandoening waarbij de cellen in bepaalde delen van de hersenen niet meer functioneren. Meestal begint de ziekte na het 70e levensjaar. In sommige gevallen openbaart de ziekte zich al op jongere leeftijd. Bij patiënten die lijden aan de ziekte van Alzheimer is er sprake van een geleidelijke achteruitgang. In eerste instantie zijn er alleen denk- en geheugenstoornissen, na verloop van tijd worden de symptomen echter erger. De ziekte van Alzheimer is nog niet te genezen. De achteruitgang is hooguit te vertragen door de dementerende actief en in goede lichamelijke conditie te houden. Er zijn ook geneesmiddelen op komst die de achteruitgang helpen vertragen.
De belangrijkste risicofactor voor het krijgen van de ziekte van Alzheimer is de leeftijd. Daarnaast is de kans ook iets verhoogd voor mensen die een eerstegraads familielid hebben die de ziekte heeft.
Als de ziekte van Alzheimer bij meerdere familieleden voorkomt spreekt men van een familiaire vorm. Familiair zegt overigens niets over de oorzaak: het hoeft niet perse te betekenen dat erfelijke factoren een rol spelen. Het kan ook zo zijn dat verschillende familieleden aan dezelfde omgevingsfactoren zijn blootgesteld. Momenteel is men intensief op zoek naar de oorzaak van de ziekte van Alzheimer. Steeds meer stukjes van de puzzel worden gevonden, maar van veel is nog niet bekend hoe zij in elkaar passen en welke invloed ze op elkaar uitoefenen.
De tweede veelvoorkomende vorm van dementie is vasculaire dementie. Deze vorm komt in ongeveer 20% van de gevallen voor. Vasculaire dementie wordt veroorzaakt door afsluiting van de bloedvaten in de hersenen. Hierdoor krijgen de hersenen te weinig zuurstof waardoor ze beschadigd raken. Het begin van vasculaire dementie is acuut, in tegenstelling tot de ziekte van Alzheimer die eerder een sluipend begin kent.
Het plotselinge wegvallen van functies wijst dus op vasculaire dementie. Het verloop van de ziekte heeft een nogal grillig karakter: telkens als zich weer een infarctje voordoet, is een stapsgewijze verslechtering te zien. Tussen de verslechteringen door is een zekere mate van stabiliteit te zien. De patiënt blijft een tijdlang op hetzelfde niveau en lijkt soms zelfs wat beter te worden. Patiënten met vasculaire dementie zijn vaak mensen met een voorgeschiedenis van hypertensie (een te hoge bloeddruk), diabetes(suikerziekte), hart- en vaataandoeningen en CVA's (herseninfarcten).
Lewy Body dementie is de tweede meest voorkomende vorm van dementie na de ziekte van Alzheimer en komt in 15-25% van de gevallen voor. Het is niet duidelijk wat de oorzaak is van deze vorm van dementie.
Het begint, met een enkele uitzondering, meestal tussen het 50e en 80e levensjaar.
Evenals vasculaire dementie heeft Lewy Body dementie een wisselend beloop. Naast symptomen die voorkomen bij de ziekte van Alzheimer, zoals geheugenstoornis en spraakstoornis, bestaan er bij Lewy Body dementie ook aandachtstoornissen, vertraging in denken en handelen en verminderde mentale flexibiliteit.
Bij ongeveer de helft van de patienten vormen psychiatrische symptomen de eerste klachten van de ziekte. Vaak begint de ziekte met verwardheid al dan niet met visuele hallucinaties en verandering van het gedrag. Fluctuaties in zogenaamde cognitieve functies (zoals geheugen) en aandachtstoornis staan op de voorgrond.
De vastgestelde stoornissen veroorzaken al in een vroeg stadium een beperking van het sociaal en beroepsmatig functioneren.
Voor een patient met de ziekte van Parkinson is het risico op het ontwikkelen van dementie ruim tweemaal zo hoog als bij de gemiddelde mens.
Parkinson dementie wordt gekenmerkt door een opvallende traagheid in denken en handelen. Patienten hebben moeite met het terughalen van opgeslagen informatie, hebben vaak stemmingsstoornissen en motorische problemen; het beloop kan heel wisselend zijn.
Tenslotte is het mogelijk dat de verschijnselen van de ziekte veroorzaakt worden door een andere lichamelijke oorzaak, die niet in de hersenen ligt. Voorbeelden zijn alcohol- of medicijnvergiftiging, vitaminegebrek, long- en nieraandoeningen, verwaarloosde suikerziekte en andere. Men schat dat ongeveer in de helft van deze gevallen genezing mogelijk is.
Wat zijn de verschijnselen?
- Geheugenstoornissen
Het niet kunnen onthouden van nieuwe informatie en van gebeurtenissen die zojuist hebben plaatsgevonden.
Dementerenden praten vaak veel over het verleden. Dat komt omdat zij recente gebeurtenissen het snelst vergeten. Informatie die al langer in het geheugen zit, blijft het langst aanwezig.
Later in het dementeringsproces valt ook het verre verleden weg. De patiënt is dan ook zijn jeugdjaren vergeten. - Desoriëntatie (=de weg kwijt zijn)
In tijd: Een dementerende weet meestal niet meer hoe laat het is. Of het nu ochtend, middag of avond is. En welke dag, maand of jaar het is.
In plaats: Hij weet vaak niet meer waar hij is, in welk huis of in welke stad. Hij denkt ook vaak dat hij zich in zijn ouderlijk huis van vroeger bevindt.
In persoon: Uiteindelijk herkennen dementerenden hun kleinkinderen, kinderen of partner niet meer. - Verlies van het denkvermogen
Kleine rekensommetjes kan een dementerende niet maken. Het beoordelingsvermogen wordt minder en het dagelijks functioneren wordt ernstig bemoeilijkt.
- Achterdocht: als een dementerende merkt dat hij dingen vergeet, of minder goed kan, zoekt hij soms de oorzaak bij andere mensen. Dit leidt tot achterdocht en beschuldigingen.
- Karakterverandering, stemmingsstoornissen: plotseling heel boos worden en het dan ineens weer vergeten zijn. Of ongecontroleerd lachen of huilen.
- Problemen met de taal: bijvoorbeeld woorden vergeten.
- Stoornissen in handelen: bijvoorbeeld de volgorde waarin iets moet gebeuren vergeten.
- Niet meer weten waarvoor iets dient of gebruikt wordt.
- Fantaseren van verhalen om gaten in het geheugen op te vullen.
- In herhaling vallen: niet alleen in woorden, maar ook in bewegingen of handelingen.
- Weg vallen van fatsoensnormen: in de rede vallen, boeren en winden laten.
- Verstoring van dag- en nachtritme
- Waandenkbeelden en hallucinaties: dingen anders zien dan ze zijn.
Dementie is een complex, ingewikkeld ziektebeeld. Per persoon kunnen verschijnselen erg verschillen en bovendien kan een dementerende het ene moment veel helderder zijn dan het andere.
